Belastingdienst krijgt ruimte voor soepeler opstelling bij ondernemers met schulden

Om in de kern gezonde bedrijven met een problematische schuldenlast te ondersteunen zullen Belastingdienst en Douane zich tijdelijk soepeler opstellen bij een minnelijk saneringsakkoord. Ook heeft het kabinet een aanvullende maatregel getroffen om in uitzonderingsgevallen aanvullend uitstel van betaling te verlenen na 1 oktober 2021. Dat schrijft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën in een uitgebreide Kamerbrief over de kabinetsaanpak van belastingschulden in verband met corona. Belastingdienst en Douane zullen van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023 genoegen nemen met hetzelfde uitkeringspercentage als aan concurrente schuldeisers toekomt. 

Het kabinet kiest er nadrukkelijk niet voor om schulden generiek kwijt te schelden, schrijft de staatssecretaris. Kwijtschelding kent een mate van willekeur die onrechtvaardig is. Het versoepelde uitstelbeleid stond voor alle bedrijven open, ongeacht of zij direct geraakt werden door de coronamaatregelen (zoals tijdelijke sluiting). Sommige ondernemers hebben deels hun eigen reserves aangesproken of zijn een lening aangegaan om de belastingen te kunnen betalen. Een generieke gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de openstaande belastingschulden zou daarom onrechtvaardig zijn tegenover al deze ondernemers die hun belastingschuld wel hebben voldaan. Bovendien verstoort een generieke kwijtschelding de concurrentieverhoudingen tussen ondernemers. Dit is onwenselijk en brengt het risico van ongeoorloofde staatssteun met zich mee. Tot slot is een eenzijdige, generieke kwijtschelding slechts beperkt effectief voor de totale schuldproblematiek van bedrijven. Als andere schuldeisers niet tegelijk hun schulden zouden kwijtschelden, dan zou kwijtschelding betekenen dat belastinggeld deels zou verschuiven naar private schuldeisers en niet naar de getroffen ondernemer zelf.

Het kabinet ziet twee argumenten om terughoudend te zijn met aanvullend beleid op dit moment. Ten eerste is onzeker of versoepelingen in het beleid noodzakelijk zijn. In de praktijk doen zich nog geen onoverkomelijke problemen voor en in de rondetafelgesprekken die in de zomer zijn gevoerd bleken de meningen over de noodzaak van aanvullend beleid verdeeld.5 In veel gevallen zal het bestaande vangnet voor problematische schulden – met regelingen als de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) en de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) – volstaan, is de verwachting. Ook belangrijke schuldeisers met wie dit jaar frequent gesproken is, voorzien o.b.v. de huidige situatie geen onoverkoombare knelpunten. Ten tweede kunnen beleidsaanpassingen voor een specifieke groep ondernemers tot concurrentieverstoring leiden.

Desondanks wil het kabinet voorkomen dat in de kern gezonde bedrijven toch tussen wal en schip raken als zij vanaf 1 oktober 2022, door een uitgestelde belastingschuld, bovenop hun vaste lasten een extra maandelijkse aflossingslast krijgen die zij niet kunnen voldoen. Met vertegenwoordigers van enkele belangrijke schuldeisers is daarom afgesproken om de komende tijd gezamenlijk de economische ontwikkelingen in het algemeen en de ontwikkelingen ten aanzien van de groep ondernemers met uitstel van betaling voor belastingschulden in het bijzonder te monitoren. Hiertoe wordt een schuldeisersoverleg ingesteld. Eventuele knelpunten in de praktijk worden dan snel zichtbaar, zodat partijen bij het overleg aanbevelingen kunnen doen voor wenselijke en mogelijke acties. De deelnemers aan het overleg zullen daarnaast verkennen of en hoe de samenwerking tussen Belastingdienst en private schuldeisers kan worden versterkt teneinde zo efficiënt en effectief mogelijk herstructurering en schuldhulpverlening te bieden. Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan expertisedeling, korte communicatielijnen en eenduidige communicatie richting getroffen ondernemers.

Sanering van schulden kan in uiterste nood een oplossing zijn voor in de kern gezonde bedrijven om een faillissement af te wenden. In een saneringsakkoord spreekt de ondernemer met zijn schuldeisers af dat een deel van de schulden van de onderneming wordt kwijtgescholden. Daarbij moeten alle schuldeisers – waaronder ook vaak de banken- dus een beoordeling maken van de levensvatbaarheid van het bedrijf. Het kabinet zal de Belastingdienst de ruimte geven om hier als schuldeiser genoegen te nemen met een lagere opbrengst. Het kabinet wil in de kern gezonde bedrijven met een problematische schuldenlast extra ondersteunen door in specifieke situaties voor een afgebakende periode saneringsakkoorden kansrijker te maken. Onder huidig beleid stemt de Belastingdienst als schuldeiser pas in met een saneringsakkoord als het te ontvangen deel van de belastingschuld ten minste het dubbele percentage bedraagt van hetgeen aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen wordt uitgekeerd. Dit heeft te maken met de preferente positie van de Belastingdienst.

Als gevolg van de inzet van het kabinet zullen de Belastingdienst en Douane zich tijdelijk soepeler opstellen bij een minnelijk saneringsakkoord en genoegen nemen met hetzelfde uitkeringspercentage als aan concurrente schuldeisers toekomt. Een saneringsakkoord komt in principe pas tot stand als alle schuldeisers bereid zijn een offer te brengen door een deel van hun vordering kwijt te schelden. Deelname aan een saneringsakkoord wordt naar verwachting aantrekkelijker voor private schuldeisers door deze maatregel van het kabinet. Het kabinet verwacht dat saneringsakkoorden voor bedrijven die hiervoor in aanmerking komen een grotere kans van slagen krijgen en dus sneller gerealiseerd kunnen worden. Dat vergroot de overlevingskansen van in de kern gezonde bedrijven. Deze maatregel ondersteunt ondernemingen om met al hun schuldeisers tot een totaaloplossing voor hun schuldpositie te komen.

De Belastingdienst en Douane passen dit versoepelde beleid toe in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023. Als er geen saneringsakkoord tot stand komt en de onderneming alsnog failliet gaat of in een dwanginvorderingstraject terecht komt, dan heeft en houdt de Belastingdienst een preferente positie. Het kabinet schat de budgettaire derving van deze maatregel voor de belastingontvangsten op ongeveer 75 miljoen euro.

Tegemoetkoming in het uitstel van betaling van belastingen na 1 oktober 2021

In de brief van 30 augustus jl. heeft het kabinet gemeld dat het steun- en herstelpakket per 1 oktober 2021 eindigt. Dat geldt ook voor het versoepelde uitstel van betaling van belastingen. Zoals eerder gesteld, betekent dit dat ondernemers per 1 oktober 2021 weer verplicht zijn om hun nieuw opgekomen betalingsverplichtingen tijdig te voldoen.

Het kabinet verwacht dat dit voor het overgrote deel van de betreffende ondernemers haalbaar is. Tegelijk zijn er mogelijk in de kern gezonde bedrijven die corona-uitstel hebben gekregen en die vanaf 1 oktober 2021 niet onmiddellijk aan hun nieuw opgekomen betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Deze ondernemers zullen bij de Belastingdienst en Douane een verzoek doen om uitstel van betaling voor deze nieuwe schuld. In het reguliere uitstelbeleid geldt de voorwaarde dat voor uitstel van betaling de lopende verplichtingen bijgehouden moeten worden. Zonder nadere tegemoetkoming wordt een dergelijk verzoek om uitstel daarom afgewezen; deze ondernemers kunnen immers niet aan hun nieuw opkomende verplichtingen voldoen. Dat zou betekenen dat ze onmiddellijk met invorderingsmaatregelen te maken kunnen krijgen, met het risico dat ze daardoor alsnog hun onderneming niet kunnen voortzetten. Om deze groep ondernemers te ondersteunen, heeft het kabinet dan ook een tijdelijke versoepeling van het reguliere uitstelbeleid getroffen van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022. (De maatregel is uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis, Stcrt. 2021, nr. 42308.)

De tegemoetkoming geldt alleen voor ondernemers die al corona-uitstel hebben gekregen vóór 1 oktober 2021. De regeling is daarnaast beperkt tot de belastingmiddelen die onder het corona-uitstel vallen. Het voorstel biedt ondernemers alleen in uitzonderingsgevallen (en onder strikte voorwaarden) de mogelijkheid om voor beperkte tijd aanvullend uitstel te genieten. Ondernemers kunnen tot en met 31 januari 2022 een verzoek om uitstel van betaling doen. Voor deze tegemoetkoming gelden de volgende voorwaarden

  • Er is sprake van werkelijk bestaande betalingsproblemen.
  • De betalingsproblemen zijn van tijdelijke aard.
  • De betalingsproblemen zijn voor een bepaald tijdstip opgelost.
  • Het gaat om een levensvatbare onderneming.
  • Een derdenverklaring waarin bovenstaande is vastgelegd alsmede een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen. Om te voorkomen dat ondernemers met een relatief kleine schuld hoge kosten moeten maken voor een derdenverklaring, kunnen ondernemers bij een totale schuld onder de € 20.000 volstaan met een eigen verklaring (met dezelfde inhoud).

Uiteraard moeten ondernemers aan hun aangifteverplichtingen voldoen. Aan de hand van het uitstelverzoek toetst de Belastingdienst of de ondernemer aan de voorwaarden voldoet. Bij toewijzing van een verzoek worden de uitgangspunten van het corona-uitstel gevolgd:

  • De nieuwe schuld wordt meegenomen in de ruimhartige betalingsregeling van 60 maanden.
  • In het uitstel worden de belastingschulden betrokken die betaald hadden moeten zijn in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022. Hierdoor valt ook bijvoorbeeld het 4e kwartaal 2021 voor OB en eindejaarsuitkeringen in de loonheffing in de betalingsregeling.

De betalingsverzuimboetes die vanaf oktober 2021 weer worden opgelegd, worden achteraf vernietigd voor ondernemers die voldoen aan de voorwaarden van deze tegemoetkoming. Deze ondernemers hoeven de boete dan ook niet te betalen.

Kamerbrief over aanpak belastingschulden vanwege corona

Bron: https://www.fiscaalvanmorgen.nl/2021/10/12/belastingdienst-krijgt-ruimte-voor-soepeler-opstelling-bij-ondernemers-met-schulden/

Reageren is niet mogelijk