Home Nieuws Belastingen September 2011: Fiscaal pakket 2012: inkomstenbelasting
September 2011: Fiscaal pakket 2012: inkomstenbelasting PDF Afdrukken E-mail

 

Hieronder staan per wetsvoorstel alle maatregelen op het gebied van de inkomstenbelasting. Tenzij anders aangegeven is de inwerkingstredingsdatum 1 januari 2012.

Belastingplan 2012

Tarief inkomstenbelasting 2012

Box 1

Bel. inkomen uit werk en woning. Meer dan – maar niet meer dan

Tarief 2012

Belasting/Premie VV  cumulatief

1e schijf

0 - € 18.945

33,1% (65+: 15,2%)

€ 6270 (65+: € 2879)

2e schijf

€ 18.945 - € 33.863

41,95% (65+: 24,05%)

€ 6257 (65+: € 3587

€ 12.527 (65+: € 6466)

3e schijf

€ 33.863 - € 56.491

42%

€ 9503

€ 22.030 (65+: € 15.969)

4e schijf

meer dan € 56.491

52%


Heffingskortingen

  • De algemene heffingskorting wordt € 2033 (2011: € 1987). Voor 65+: € 934 (2011: € 910).
  • De arbeidskorting wordt maximaal € 1531 (2011: € 1505).
  • De aanvullende combinatiekorting wordt € 1024 (2011: € 780).
  • De inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting wordt € 1109 (2011: € 1091).
  • De alleenstaande-ouderkorting wordt € 947 (2011: € 931).
  • De ouderenkorting wordt € 762 (2011: € 739).
  • De alleenstaande ouderenkorting wordt € 429 (2011: € 421).

Winst

  • De zelfstandigenaftrek wordt geüniformeerd op één vast bedrag van € 7280 en zal niet langer aflopen bij oplopende winst. Dit bedrag wordt niet langer geïndexeerd.
  • Het dotatieplafond voor de fiscale oudedagsreserve (FOR) wordt verlaagd tot € 9382.

Kindregelingen

  • De aftrek uitgaven voor levensonderhoud van kinderen waarvoor geen kinderbijslag of studiefinanciering wordt genoten, wordt versoberd door de leeftijdsgrens te verlagen van 30 naar 21 jaar.
  • De aftrek weekenduitgaven voor gehandicapten wordt verruimd door de leeftijdsgrens te verlagen van 27 naar 21 jaar.
  • De leeftijdsgrens voor het inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting blijft voor de inkomstenbelasting gehandhaafd op 16 jaar. De leeftijdsgrens die geldt voor het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt verlaagd van 27 naar 18 jaar (in plaats van naar 12 jaar). Het recht op het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt voortaan toegekend op basis van de leeftijd van het jongste kind.
  • De regeling voor de uitzondering op de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting uit de inkomstenbelasting aan de minstverdienende partner voor gezinnen met kinderen tot 6 jaar en voor belastingplichtigen geboren voor 1 januari 1972 wordt in drie stappen stapsgewijs afgebouwd in de kalenderjaren 2012 tot en met 2014.
  • De kindertoeslag in box 3 wordt afgeschaft.

Vitaliteitspakket

  • De arbeidskorting voor ouderen wordt afgeschaft.
  • De opbouwpercentages van de doorwerkbonus worden in 2012 aangepast. In 2013 wordt de doorwerkbonus afgeschaft.
  • Er komt vanaf 2013 in de loon- en inkomstenbelasting een werkbonus om 62-plussers te stimuleren om te blijven werken. De werkbonus bedraagt € 3000 euro en is meer gericht op 62-plussers met lage inkomens.
  • Er komt vanaf 2013 een regeling voor vitaliteitssparen die geldt voor personen met arbeidsinkomen (werknemers, IB-ondernemers en resultaatgenieters). Er zijn drie vormen: de spaarrekening, de spaarverzekering en het spaarrecht van deelneming. De stortingen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt pas belasting geheven bij de opname van het tegoed. Voor het opgebouwde tegoed geldt een vrijstelling in box 3. Het maximaal fiscaal gefacilieerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal € 20.000 (bruto). Daarnaast geldt er een jaarlijkse aftrekbare maximuminleg van € 5000. Er gelden geen beperkingen met betrekking tot de reden waarom deelnemers het vitaliteitspaartegoed aanwenden. Tot en met 61 jaar is er ook geen beperking met betrekking tot het op te nemen bedrag. Vanaf het jaar dat een deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, geldt echter een beperking van het maximaal jaarlijks op te nemen bedrag van € 10.000. De opname van het tegoed dient uiterlijk vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd plaats te vinden.
  • De spaarloonregeling wordt afgeschaft. Er komt overgangsrecht. Het opgebouwde vermogen kan in het jaar 2013 in beginsel zonder fiscale gevolgen worden opgenomen, maar de deelnemers die hun tegoed laten staan en zich aan de voorwaarden houden, kunnen gebruik blijven maken van de vrijstelling in box 3. In dat geval wordt het tegoed jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven. Ook blijven de huidige deblokkeringsmogelijkheden bestaan.
  • De levensloopregeling wordt per 2012 afgeschaft. Voor de levensloopregeling komt er overgangsrecht. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Vanaf 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Voor deze deelnemers is er ook de mogelijkheid om in het jaar 2013 het levenslooptegoed geruisloos om te zetten in vitaliteitssparen. Het is niet toegestaan om naast de levensloopregeling ook deel te nemen aan vitaliteitssparen. De overige werknemers die spaartegoed hebben opgebouwd in de levensloopregeling krijgen bij de invoering van vitaliteitssparen het levenslooptegoed (na inhouding van belasting) in één keer uitbetaald. Het is echter ook mogelijk de tegoeden fiscaal geruisloos om te zetten in vitaliteitssparen. Het volledige tegoed mag worden doorgestort, ook als de waarde van de voorziening hoger is dan het maximum in vitaliteitssparen van € 20.000.

Overige regelingen

  • De drempel voor aftrek van scholingsuitgaven in box 1 wordt gehalveerd naar € 250.

Geefwet

  • De uitoefening van commerciële activiteiten staat in beginsel niet langer in de weg aan het verkrijgen of behouden van de ANBI-status. De opbrengsten van de commerciële activiteiten dienen ten goede te komen aan het algemeen nuttige doel.
  • Aanpassing van het ANBI-begrip. Het criterium dat een ANBI niet het behalen van winsten tot doel mag hebben, wordt nader ingevuld. Zo kunnen een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een andere rechtsfiguur waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden genomen, niet als ANBI kwalificeren. Ook is besloten om de definitie van ANBI over te hevelen van de Wet IB 2001 naar de AWR.
  • Introductie van een negatieve persoonsgebonden aftrekpost voor giften die onder een ontbindende voorwaarde worden gedaan en na verloop van tijd worden herroepen of ontbonden.
  • Ter stimulering van de fondswerving door culturele ANBI’s wordt een multiplier in de giftenaftrek in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting voor giften aan culturele instellingen geïntroduceerd. Hierdoor mogen giften aan een dergelijke ANBI ten behoeve van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting onbegrensd en in de vennootschapsbelasting tot een gezamenlijk bedrag van maximaal € 5000 worden vermenigvuldigd met een factor 1,5. In verband met staatssteunaspecten wordt deze maatregel voorgelegd aan de Europese Commissie.
  • Aanpassing van de persoonsgebonden aftrek van uitgaven voor monumentenpanden.
  • Het kabinet zal geen verandering aanbrengen in het onderscheid tussen ANBI’s en SBBI’s en zal de giftenaftrek niet verruimen ten gunste van SBBI’s. De in het Regeer- en Gedoogakkoord aangekondigde inperking van de periodieke giftenaftrek voor verenigingen met ten minste 25 leden wordt niet tot uitvoering gebracht.

Wet uitwerking autobrief

  • Tot 1 juli 2012 blijven de huidige CO2-grenzen voor het 14%-bijtellingspercentage en het 20%-bijtellingspercentage van toepassing.
  • Deze grenzen worden jaarlijks per 1 januari voor het 14%-tarief en het 20%-tarief neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). In dit wetsvoorstel wordt dit voor de jaren tot en met 2015 vastgelegd.
  • De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015.
  • De grens voor het 14%-bijtellingspercentage blijft overeenkomen met de vrijstellingsgrens in de BPM. Het 20%-bijtellingspercentage is uiteindelijk in 2015 van toepassing op alle auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 110 gr/km.
  • Auto’s houden een verlaagd bijtellingspercentage voor een periode die gelijk is aan de gebruikelijke leaseperiode (in dit wetsvoorstel wordt de periode waarbinnen men de verlaagde bijtellling kan toepassen vastgesteld op 60 maanden), rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Aan het eind van een periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.
  • Voor leaseauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2012 tot en met 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende de gebruikelijke leaseperiode een bijtellingspercentage van nihil.
  • Er lijkt zich voor de bestelauto een oplossing af te tekenen waarin de mogelijkheid om zonder fiscale gevolgen (bijtelling LB/IB) meer dan 500 km privé met de bestelauto te rijden, komt te vervallen. In die oplossing vervalt ook de rittenregistratie. Het kabinet denkt op korte termijn de (gezamenlijke) verklaring dat de bestaande bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, te introduceren. Dit wetsvoorstel bevat de voorstellen om een dergelijke verklaring met ingang van 1 januari 2012 te introduceren. De rittenadministratie wordt op korte termijn dus niet afgeschaft, wel wordt een alternatief aangeboden waarmee de rittenregistratie kan worden voorkomen.

Overige fiscale maatregelen 2012

  • Aan de bestaande partnercriteria wordt een nieuw criterium toegevoegd op grond waarvan ongehuwd samenwonenden ook als partners worden aangemerkt indien zij samen met een kind van een van beiden op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) staan ingeschreven. Er wordt een tegenbewijsregeling opgenomen voor de situatie waarin sprake is van (onder)huur.
  • In de wet wordt expliciet vastgelegd dat bij echtscheiding overeenkomstig de bedoeling van de regeling de terbeschikkingstelling zonder tussentijdse afrekening kan worden voortgezet indien het vermogensbestanddeel wordt toegerekend aan een echtgenoot die een aanmerkelijk belang behoudt in de vennootschap waaraan het vermogensbestanddeel ter beschikking wordt gesteld. Belastingplichtigen kunnen er echter voor kiezen om bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap toch af te rekenen. Tevens wordt geregeld dat de regelingen inzake de omzetting van afgewaardeerde schuldvorderingen ook van toepassing is indien een door de gewezen echtgenoot afgewaardeerde ter beschikking gestelde schuldvordering aan de belastingplichtige wordt toebedeeld.
  • In de wet wordt vastgelegd dat verpachte woningen ten behoeve van de schenk- en erfbelasting en van box 3 gewaardeerd mogen worden op een lagere waarde dan de WOZ-waarde. Voor de waardering wordt aangesloten bij de reeds bestaande tabel ten behoeve van de waardering van verhuurde woningen. Als voorwaarde voor de afwijkende waardering voor verpachte woningen geldt wel dat de pachtovereenkomst voor ten minste 12 jaar moet zijn aangegaan.
  • In de wet wordt vastgelegd dat uitgaven voor genees- en heelkundige hulp binnen de uitgaven voor specifieke zorgkosten alleen aftrekbaar zijn indien de onderliggende behandeling is uitgevoerd door een arts of indien die behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus is uitgevoerd.
  • Er geldt voortaan ook defiscalisering van vorderingen/schulden in gevallen waarbij weliswaar niet het wettelijk erfrecht is gevolgd maar waar op grond van een testament of van een verdeling van de nalatenschap een situatie ontstaat die materieel voldoende vergelijkbaar is met het wettelijk erfrecht. De defiscalisering blijft wel beperkt tot vorderingen/schulden of genotsrechten in gevallen waarin de erflater goederen nalaat aan zijn langstlevende partner, en kinderen van de erflater of van die langstlevende partner enkel een niet opeisbare vordering op die partner of een bloot eigendom krijgen.