|
Mei 2011: Aanpak zwartspaarders met een zeker ruwheid vertonend model |
|
|
|
|
Zwartspaarders die niet meewerken met de Belastingdienst kunnen niet rekenen op clementie. De niet-meewerkende zwartspaarder is zo niet beter af dan een wel-meewerkende. Bovendien leidt niet-meewerken tot omkering van de bewijslast. Dit blijkt nog eens uit antwoorden van staatssecretaris Frans Weekers van Financiën op Kamervragen. De Staatssecretaris van Financiën heeft geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Groot (PvdA) over belemmeringen bij de aanpak van zwartspaarders. Hij stelt dat het van belang is onderscheid te maken tussen belastingheffing en het opleggen van een vergrijpboete. In zijn uitspraak van 15 april 2011 heeft de Hoge Raad nogmaals bevestigd dat het niet meewerken aan het onderzoek door een zwartspaarder leidt tot omkering van de bewijslast. Verder acht de Hoge Raad het toelaatbaar dat bij schatting van de inkomsten van de niet-meewerkende zwartspaarder gebruik gemaakt kan worden van een zekere ruwheid vertonend model. De niet-meewerkende zwartspaarder is dan niet beter af dan de wel-meewerkende zwartspaarder. Het succesvol opleggen van een vergrijpboete is echter moeilijker dan aanvankelijk gedacht. Dit komt doordat de Hoge Raad in dezelfde uitspraak geoordeeld heeft dat het gebrek aan medewerking van de zwartspaarder op zich geen bewijs levert van het beboetbare feit. In zo’n geval gaat de Belastingdienst met enige regelmaat echter over tot het aanspannen van een civielrechtelijk kort geding waarin op straffe van een dwangsom gevorderd wordt om de gevraagde informatie alsnog te verstrekken. De staatssecretaris wil deze aanpak intensiveren.
Bron: Vakstudienieuws
|