|
Januari 2011: Fiscaal partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011 |
|
|
|
|
In een van de vorige afleveringen van Accountancynieuws (afl. 21) besteedden we al aandacht aan de wijzigingen in het partnerbegrip per 1 januari 2011. Daarin werd besproken dat harmonieus in scheiding liggende partners met de schrik vrij kwamen. In dit eerste artikel van het nieuwe jaar zullen we even op een rijtje zetten hoe het partnerbegrip er thans, met ingang van 1 januari 2011, uitziet.
Het belang van het fiscaal partnerschap is er in gelegen dat partners alsdan ten aanzien van bepaalde inkomsten en aftrekposten zelf kunnen kiezen wie welk bedrag aangeeft in zijn of haar aangifte.
Partnerbegrip
Met ingang van 1 januari 2011 is de keuzemogelijkheid voor het partnerschap voor ongehuwd samenwonende komen te vervallen.
Fiscale partners zijn:
* gehuwden; * geregistreerde partners; * ongehuwd samenwonenden die allebei op hetzelfde adres in de Gemeentelijke BasisAdministratie persoonsgegevens (GBA) staan ingeschreven als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) zij hebben een notarieel samenlevingscontract gesloten; b) zij hebben samen een kind; c) een van de partners heeft een kind en de ander heeft dit kind erkend; d) zij zijn als partners aangemeld voor een pensioenregeling; en e) zij zijn allebei eigenaar van de woning die het hoofdverblijf is.
Merk op dat bij ongehuwden het materiële criterium ‘voeren van een gezamenlijke huishouding’ is verdwenen.
Het fiscale partnerschap begint op het moment dat de partners allebei op hetzelfde woonadres staan ingeschreven bij de GBA en zij daarenboven aan één of meer van de hiervoor genoemde criteria voldoen. Voldoen twee mensen op enig moment in een kalenderjaar aan de criteria voor partner, dan geldt het partnerschap tevens voor andere perioden in het kalenderjaar waarin zij al wel op hetzelfde woonadres bij de GBA staan ingeschreven, maar waarin zij nog niet aan één of meer van voornoemde criteria voldeden.
Bij gehuwden en geregistreerde partners is de belangrijkste wijziging dat het partnerschap niet langer eindigt bij ‘duurzaam gescheiden leven’, maar dat het fiscaal partnerschap eindigt als de twee personen niet meer op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en zij bovendien een verzoek tot echtscheiding of een scheiding van tafel en bed hebben ingediend. Met deze laatste vervanging dreigde voor gehuwden (en geregistreerde partners) die uit elkaar willen gaan – maar nog geen verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed hebben ingediend en beiden een eigen woning hebben – een potentieel fiscaal probleem ten aanzien van de hypotheekrente aftrek (zie het eerdere artikel). De Staatssecretaris heeft evenwel onderkend dat dit niet de bedoeling was. Hij heeft daarom bij de Vierde Nota van wijziging geregeld dat voor de toepassing van de 24-maandenregeling bij de hypotheekrenteaftrek onder ‘gewezen partner’ ook wordt begrepen de partner van wie men duurzaam gescheiden leeft.
Bron: Accountancynieuws nr. 1 [Drs. A.T. Valkenburg, PKF Wallast Amsterdam.
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
.]
|