Home Nieuws Belastingen November 2010: Btw-verhogingen in tweede wijzigingsnota Belastingplan 2011
November 2010: Btw-verhogingen in tweede wijzigingsnota Belastingplan 2011 PDF Afdrukken E-mail


Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft de tweede nota van wijziging Belastingplan 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze nota is een verhoging van de btw opgenomen voor podiumkunsten en kunst-en verzamelvoorwerpen en een verhoging van het tarief voor de assurantiebelasting. Daarnaast wordt voorgesteld om de heffingskortingen voor diverse beleggingen te schrappen en wordt de persoonsgebonden aftrek voor verliezen op beleggingen in durfkapitaal afgeschaft.

In de tweede nota van wijziging zijn diverse fiscale maatregelen uit het Regeerakkoord van het nieuwe kabinet opgenomen. Maatregelen die op 1 januari 2011 in werking moeten treden.

Verhoging btw op podiumkunsten
In de tweede nota van wijziging wordt voorgesteld om podiumkunsten onder het algemene btw-tarief van 19% te brengen. Onder podiumkunsten vallen de volgende diensten: het verlenen van toegang tot muziek- en toneeluitvoeringen (bijvoorbeeld opera’s, operettes, dansen, musicals en lezingen) en het optreden door uitvoerende kunstenaars.

Overgangsrecht
Met betrekking tot de verhoging van het btw-tarief voor podiumkunsten is overgangrecht opgenomen. Voor alle in 2010 verkochte kaartjes van voorstellingen die in 2011 plaatsvinden, zou zonder nadere regelgeving door de theaters en schouwburgen de btw-verhoging betaald moeten worden en nagevorderd kunnen worden bij de bezoekers. Omdat dit op grote bezwaren voor de uitvoering stuit, wordt hiervan afgezien. Met dit overgangsrecht worden de theaters en schouwburgen behoed voor hoge administratieve lasten bij invoering.

Kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen en anitquiteiten
Kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten worden ook onder het algemene btw-tarief van 19% gebracht. Het verlaagde btw-tarief op kunst en verzamelvoorwerpen was nodig om cumulatie van belasting te voorkomen of te verzachten. Kunst en verzamelvoorwerpen zijn namelijk goederen die gedurende hun doorgaans lange bestaan meer dan eens opnieuw in het handelsverkeer kunnen opduiken. Juist bij deze goederen kan zich dan ook cumulatie voordoen. De invoering van de zogenoemde marge-regeling waarbij uitsluitend omzetbelasting verschuldigd is over de winstmarge van de handelaar, voorkomt deze dubbele heffing. Het verlaagde btw-tarief is dan ook niet meer nodig om cumulatie te voorkomen.

Verhoging tarief assurantiebelasting
In de tweede nota van wijziging wordt voorgesteld om het tarief voor de assurantiebelasting per 1 januari 2011 te verhogen met 2%-punt tot 9,5%. Deze belasting wordt geheven over verzekeringen. Bepaalde verzekeringen zijn uitgezonderd van de assurantiebelasting. Er wordt geen assurantiebelasting geheven op:

* levensverzekeringen;
* ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen;
* ziekte- en ziektekostenverzekeringen, waaronder zorgverzekeringen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
* werkloosheidsverzekeringen;
* verzekeringen van zeeschepen, met uitzondering van pleziervaartuigen, alsmede verzekeringen van luchtvaartuigen die hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel in het internationale verkeer zullen worden gebezigd;
* transportverzekeringen;
* herverzekeringen;
* exportkredietverzekeringen.

Premievervaldatum in 2011
De verhoging geldt voor premies met een premievervaldatum na 31 december 2010. Premies die vooruitbetaald worden voor verzekeringen die in 2011 doorlopen, hoeven niet herrekend te worden met het nieuwe tarief van de assurantiebelasting als deze premies in 2010 vervallen.

Beleggingen in durfkapitaal
In box 3 zijn vrijstellingen opgenomen voor bepaalde beleggingen. Aan deze vrijstellingen in box 3 zijn heffingskortingen gekoppeld. Dit ziet op de vrijstellingen voor:

1. maatschappelijk beleggingen, zijnde groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen;
2. beleggingen in durfkapitaal, zijnde directe en indirecte beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen.

Vrijstellingen box 3
De vrijstelling van de rendementsheffing (per saldo leidend tot een voordeel van 1,2%) voor ieder van de beide beleggingscategorieën bedraagt maximaal € 55.145 (2010). De hieraan gekoppelde heffingskortingen voor maatschappelijke beleggingen en voor directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen bedragen 1,3% van de belegging tot maximaal het vrijgestelde bedrag. De vrijstellingen in box 3 zullen ook in 2011 gehandhaafd worden.

Vervallen heffingskortingen
In de tweede nota van wijziging wordt voorgesteld beide heffingskortingen met ingang van 1 januari 2011 te laten vervallen. Tevens wordt de persoonsgebonden aftrek voor verliezen op directe beleggingen in durfkapitaal (de zogenoemde Tante Agaath-regeling) afgeschaft. De vrijstelling in box 3 wordt wel gehandhaafd.

Overgangsregeling verliezen durfkapitaal
Voor de persoonsgebonden aftrek voor verliezen op directe beleggingen in durfkapitaal geldt een overgangsregeling. Verliezen kunnen nog in aanmerking komen voor zover het verliezen zijn op als directe beleggingen in durfkapitaal kwalificerende geldleningen die vóór 1 januari 2011 zijn verstrekt.

Terugsluis bedrijven
Op basis van het Regeerakkoord worden de lasten door lagere subsidies aan de uitgavenkant en de verhoging van de assurantiebelasting voor bedrijven, gecompenseerd via de Wet Bevordering Speur-en ontwikkelingswerk (WBSO) en de vennootschapsbelasting. De verhoging van de assurantiebelasting betekent een lastenverzwaring van € 60 mln. bij bedrijven. Het kabinet doet op dit moment alleen een voorstel voor de compensatie voor 2011.

Afdrachtvermindering S&O
Het beschikbare geld voor 2011 wordt incidenteel beschikbaar gesteld voor de S&O-afdrachtvermindering. De tijdelijke verhoging van de percentages in de 1e schijf (50%) en de 2e schijf (18%) worden in 2011 voortgezet. Het plafond van € 14 mln. in 2010 zal ook gelden in 2011.

Bron: Redactie Plein+