|
De eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor kinderen tussen 18 en 35 jaar is verhoogd naar € 24.000 (2009: € 22.760). Deze eenmalige vrijstelling kan nog verder verhoogd worden naar € 50.000 als de schenking wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning of wordt gebruikt voor een dure studie. In de uitvoeringsregeling schenk-en erfbelasting zijn de voorwaarden opgenomen.
Staatssecretaris De Jager (Financiën) heeft de uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting gepubliceerd. Deze is uitgebracht omdat de Successiewet per 1 januari 2010 is gewijzigd. De uitvoeringsregeling schenk-en erfbelasting vervangt de uitvoeringsregeling Successiewet 1956.
Uitvoeringsregeling schenk-en erfbelasting
In de nieuwe regeling komen onder andere aan de orde de verhoogde vrijstelling voor schenkingen van ouders aan een kind, het afgezonderd particulier vermogen, sociaal belang behartigende instellingen en de bedrijfsopvolgingsregeling. De uitvoeringsregeling is in werking getreden op 1 januari 2010.
Schenking over de verwerving van een eigen woning
De verhoogde vrijstelling van schenkbelasting over de verwerving van een eigen woning door een kind tussen de 18 en 35 jaar, wordt alleen verleend, als:
1. de schenking is gedaan onder de opschortende voorwaarde dat de begunstigde (het kind) een eigen woning heeft verworven; 2. van de schenking een notariële akte is opgemaakt, waarin is opgenomen dat het geschonken bedrag bestemd is voor de verwerving van een eigen woning, en 3. desgevraagd met schriftelijke bescheiden wordt aangetoond dat het bedrag van de schenking daadwerkelijk door de schenker is betaald en door de begunstigde (het kind) is aangewend voor de verwerving van de eigen woning.
Schenking voor de betaling van kosten van een studie of de opleiding voor een beroep
De eenmalige verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor een schenking die is bestemd voor de betaling van kosten van een studie of de opleiding voor een beroep voor een kind, wordt alleen verleend als de kosten aanzienlijk hoger zijn dan gebruikelijk. De kosten moeten minimaal € 20.000 per jaar bedragen, exclusief de kosten voor levensonderhoud. Bovendien wordt de eenmalige vrijstelling ook niet verleend voor de aflossing van schulden die zijn aangegaan voor de financiering van een dergelijke studie of opleiding en wordt deze alleen verleend, als:
1. de schenking is aangegaan bij notariële akte waarin is vermeld voor de betaling van welke studie of opleiding de schenking is bedoeld en waarin ook is vermeld het bedrag van de verwachte kosten van die studie of opleiding; 2. de schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt voor zover het geschonken bedrag niet binnen twee kalenderjaren na het jaar waarin de schenking is gedaan aan de studie of opleiding is besteed, en 3. desgevraagd met schriftelijke bescheiden wordt aangetoond dat het bedrag van de schenking daadwerkelijk door de schenker is betaald en, binnen de termijn, door de begunstigde (het kind) is aangewend voor de in de in de akte vermelde studie of opleiding.
Bedrijfsopvolgingsregeling
In de per 1 januari 2010 gewijzigde Successiewet is de herziene bedrijfsopvolgingsregeling opgenomen. De vrijstelling voor ondernemingsvermogen bedraagt 100% voor het aandeel dat de verkrijger verkrijgt in een objectieve onderneming (in een BV) tot een waarde van € 1 miljoen. In de uitvoeringsregeling schenk-en erfbelasting is nader bepaald wat voor de toepassing van de genoemde vrijstelling moet worden verstaan onder een objectieve onderneming.
Aanvullende voorwaarden
De verleende vrijstellingen zijn afhankelijk van voorwaarden. Er worden in de Successiewet voorwaarden gesteld aan het verkregen ondernemingsvermogen, aan de bezitsperiode van de erflater of schenker en aan de voortzetting door de verkrijger. In de uitvoeringsregeling schenk-en erfbelasting zijn nadere regels opgenomen over het kwalificerende ondernemingsvermogen als tot de verkrijging (indirect gehouden) preferente aandelen behoren, aan de bezitsperiode van de erflater en schenker en aan de voortzetting door de verkrijger.
Nadere regels afgezonderd particulier vermogen (APV)
In de gewijzigde Successiewet en in de Wet inkomstenbelasting is per 1 januari 2010 een regeling opgenomen voor afgezonderd particulier vermogen. In beide wetten is de toerekening van bezittingen en schulden en ook de opbrengsten en uitgaven van APV’s geregeld. Vanwege de onderlinge samenhang tussen de regelingen in de Successiewet en de Wet inkomstenbelasting is in de uitvoeringsregeling schenk-en erfbelasting aangesloten bij de nadere regels in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting.
Sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s)
In de Successiewet is een vrijstelling voor de erfbelasting, respectievelijk schenkbelasting, voor SBBI’s geïntroduceerd. Een van de voorwaarden voor de toepassing van die vrijstellingen is dat de instelling gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, op de Nederlandse Antillen, op Aruba of in een bij ministeriële regeling aangewezen mogendheid.
Aangewezen mogendheid
In de uitvoeringsregeling schenk-en erfbelasting worden de hier bedoelde mogendheden aangewezen. De vrijstelling geldt voor elke mogendheid waarmee in de relatie met Nederland voor de heffing van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, schenk- en erfbelasting zonder beperkingen of voorbehouden de uitwisseling is geregeld van gegevens, inlichtingen en gegevensdragers.
Bron: Redactie Plein+
|