Home Nieuws Belastingen September 2009: Prinsjesdagspecial: wetsvoorstellen die voor u van belang zijn
September 2009: Prinsjesdagspecial: wetsvoorstellen die voor u van belang zijn PDF Afdrukken E-mail


In deze Prinsjesdagspecial hebben wij een selectie gemaakt van de wetsvoorstellen die op Prinsjesdag zijn ingediend. Wetsvoorstellen kunnen nog wel worden gewijzigd en moeten eerst nog goedgekeurd worden door het Parlement.

De kans is groot dat een of meer van de voorstellen voor u van belang zijn. Zo zijn er nieuwe fiscale plannen voor uw  eigen woning en nieuwe belastingfaciliteiten voor ondernemers. Uw Berk-adviseur is van alle deze plannen en ontwikkelingen op de hoogte en informeert u graag verder.

Deze special is als volgt ingedeeld. Gevolgen voor:
1. de auto
2. de eigen woning
3. de onderneming
4. de inkomstenbelasting-ondernemer
5. de BV/NV
6. de werkgever
7. lijfrenten
8. de omzetbelasting
9. formeelrechtelijke bepalingen

1. De auto

1.1 Wijzigingen in de BPM

* De bonus-malusregeling en de CO2 toeslag worden afgeschaft.
* De korting voor zuinige auto’s gaat volgend jaar € 700 bedragen in plaats van de aangekondigde € 500. Zuinige auto's zijn benzineauto’s met een CO2-uitstoot tussen 110 en 120 g/km en dieselauto’s met een CO2-uitstoot tussen 95 en 104 g/km.
* Elektrische auto’s blijven tot 2018 vrijgesteld voor de BPM. Deze vrijstelling zou eerst op 1 juli 2013 vervallen, maar wordt nu voor een langere periode verleend.
* Dieselauto’s die voldoen aan de Euro-6 norm krijgen ook een korting, maar deze korting gaat pas op 1 januari 2011 in. De korting bedraagt € 1.500 in 2011, € 1000 in 2012 en € 500 in 2013.
* Voor dieselauto’s met een af-fabriek roetfilter geldt een korting van € 300.
* De staatssecretaris kondigt aan dat hij BPM gaat naheffen bij zeer zuinige auto's die na invoer worden opgevoerd. Zeer zuinige auto's zijn personenauto's met een CO2-uitstoot van maximaal 95 g/km (diesel) of maximaal 110 g/km (benzine). Deze grenzen kunnen overigens in de toekomst wijzigen.

1.2 Privé gebruik auto: wijzigingen Inkomstenbelasting/loonheffing/premie volksverzekeringen

Het autokostenforfait voor een elektrische auto van de zaak bedraagt in 2010 en 2011 nihil. In 2012 t/m 2014 geldt voor deze auto’s een bijtelling van 7%.
De auto van de zaak gaat volgend jaar ook tot het premieloon voor de werknemersverzekeringen behoren. Een voordeel daarvan is dat de auto ook meegeteld wordt bij een eventuele uitkering.

1.3 Verlaging Motorrijtuigenbelasting

Voor zeer zuinige auto's geldt volgend jaar een 0%-tarief voor de Motorrijtuigenbelasting. Zeer zuinige auto's zijn personenauto's met een CO2-uitstoot van maximaal 95 g/km (diesel) of maximaal 110 g/km (benzine). Deze grenzen kunnen overigens in de toekomst wijzigen.

1.4 Willekeurige afschrijving en investeringsaftrek voor zuinige en elektrische auto’s

Volgend jaar kunt u willekeurig afschrijven over zeer zuinige auto’s en elektrische auto’s. Ook kunt u kleinschaligheidsinvesteringsaftrek claimen bij de aanschaf van deze auto’s. Zeer zuinige auto's zijn personenauto's met een CO2-uitstoot van maximaal 95 g/km (diesel) of maximaal 110 g/km (benzine). Deze grenzen kunnen overigens in de toekomst wijzigen.

2. De eigen woning

2.1 Toepassing van het verlaagde tarief van 6%

* Schilder- en stukadoorswerk
De voorwaarden voor het toepassen van het verlaagde tarief van 6% bij het schilderen en stukadoren worden versoepeld. Voortaan hoeft het huis slechts 2 jaar of ouder te zijn, in plaats van 15 jaar of ouder. Daarnaast is deze regeling niet meer van tijdelijke, maar structurele aard geworden. Deze regeling treedt al per 15 september 2009 in werking en kan dus onmiddellijk worden toegepast. Wij merken hierbij op dat het verlaagde tarief sinds 1 juli 2009 ook van toepassing is voor isolatiewerkzaamheden aan woningen.
* Schoonmaakwerk in huis
Schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen vallen voortaan onder het verlaagde tarief, in plaats van het algemene tarief. Schoonmaakwerkzaamheden in relatie tot thuiszorg blijven onder de vrijstelling van huishoudelijke verzorging en worden dus niet belast.

2.2 Monumentenpand: vrijstelling overdrachtsbelasting vervalt

De vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van een monumentenpand komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt een beter gerichte subsidieregeling vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

3. De onderneming

3.1 Investeren wordt aantrekkelijker voor het MKB

Staatssecretaris De Jager wil investeringen door ondernemers aanmoedigen. De Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is bedoeld om investeringen van een beperkte omvang te bevorderen en is hierdoor vooral gericht op het midden- en kleinbedrijf. De KIA is een fiscale aftrekpost die de belastbare winst en de belastingheffing verlaagt.

De investeringsaftrek wordt verruimd, doordat deze over een grotere range toepasbaar is (namelijk tot € 300.000 in plaats van € 240.000) en wordt gestroomlijnd. De maximale aftrek wordt bereikt bij investeringen in een jaar voor in totaal € 54.000 tot € 100.000. Dan geldt een aftrek van 28%.

Overigens tellen voor het bepalen van het bedrag aan investeringen alleen investeringen mee vanaf € 2.200. Ook zijn bepaalde investeringen, zoals grond, vaartuigen en niet-zeer zuinige personenauto’s uitgezonderd voor de KIA.

3.2 Minder bedrijven krijgen te maken met verpakkingsbelasting

Indien een bedrijf verpakkingen op de markt brengt is deze belastingplichtig. Heffing komt aan de orde als er meer dan 15.000 kilo op de markt wordt gebracht, Deze grens wordt opgetrokken naar 50.000. verwacht wordt dat 30% minder bedrijven daarmee met deze heffing te maken zal krijgen, hetgeen een administratieve lastenverlichting voor deze bedrijven betekent.

4. De inkomstenbelasting-ondernemer

4.1 Verruiming en verhoging MKB-winstvrijstelling

De MKB-winstvrijstelling wordt verruimd door het vervallen van de eis dat aan het urencriterium moet zijn voldaan en door de vrijstelling te vergroten.

Om ondernemerschap te stimuleren is in de inkomstenbelasting de mkb-winstvrijstelling opgenomen. Door de MKB-winstvrijstelling wordt een vast percentage van de winst vrijgesteld van belasting.

Verruiming
Voor toepassing van de MKB-winstvrijstelling geldt nu nog de voorwaarde dat wordt voldaan aan het urencriterium. Volgens dit criterium moet een ondernemer minimaal 1225 uur ondernemen om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. Deze voorwaarde vervalt. Hierdoor wordt het ook voor ‘deeltijd’ondernemers mogelijk om van de vrijstelling gebruik te maken.

Verhoging
Daarnaast wordt de MKB-winstvrijstelling verhoogd van 10,5% naar 12%. Het verhogen van deze vrijstelling verlaagt de marginale belastingdruk op behaalde winst. Bij een winst na toepassing van de ondernemersaftrek van bijvoorbeeld € 50.000 is vanaf 1 januari 2010 de eerste € 6.000 vrijgesteld (was € 5.250).

4.2 Aanpassing zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt beperkter toepasbaar, maar ook verruimd doordat het niet-benutte gedeelte kan worden doorgeschoven naar de negen daarop volgende jaren.

De zelfstandigenaftrek is een aftrekpost uit de inkomstenbelasting welke geldt voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet. Volgens het urencriterium moet een ondernemer minimaal 1225 uur ondernemen om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. De zelfstandigenaftrek is afhankelijk van de winst. De zelfstandigenaftrek verlaagt het belastbare box 1 inkomen en daardoor de inkomstenbelastingheffing.

Beperking
Tot nu toe was de zelfstandigenaftrek ook verrekenbaar met andere box 1 inkomsten, zoals loon uit dienstbetrekking. Behalve voor een startende ondernemer (eerste drie jaar van zijn ondernemerschap), komt deze mogelijkheid te vervallen.

Verruiming
Door de beperking kan het zo zijn dat in enig jaar niet de gehele zelfstandigenaftrek gebruikt kan worden. Het niet-benutte gedeelte van de zelfstandigenaftrek komt echter niet ogenblikkelijk te vervallen, maar kan in de daarop volgende negen jaar alsnog worden verzilverd indien er dan voldoende winst is. Hiervoor wordt een nieuwe voorziening in de wet opgenomen.

5. De BV/NV

5.1 Gebruikelijk loon DGA

 De gebruikelijk loonregeling voor de directeur groot aandeelhouder (DGA) wijzigt per 1 januari 2010 als volgt:

* De partner van de DGA wordt onder de gebruikelijkloonregeling gebracht;
* De gebruikelijkloonregeling is niet van toepassing indien het gebruikelijk loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar. Het bedrag van € 5.000 geldt voor het hele concern (en dus niet per lichaam);
* In de wettekst wordt expliciet opgenomen dat de gebruikelijkloonregeling per lichaam geldt;
* Indien de zogenaamde doorbetaaldloonregeling wordt toegepast, mag het gebruikelijk loon in één vennootschap worden verantwoord. Wel wordt expliciet in de tekst opgenomen dat bij het vaststellen van het gebruikelijk loon alle lichamen meetellen.

Op Prinsjesdag heeft de staatssecretaris ook een besluit gepubliceerd over de gebruikelijkloonregeling. Dit besluit bevat een crisismaatregel voor 2009 en 2010. De staatssecretaris keurt goed dat het gebruikelijk loon voor 2009 en 2010 als volgt kan worden bepaald:

* Gebruikelijk loon 2009 = Gebruikelijk loon 2008 * Omzet eerste halfjaar 2009 / Omzet eerste halfjaar 2008.
* Gebruikelijk loon 2010 = Gebruikelijk loon 2008 * Omzet eerste halfjaar 2010 / Omzet eerste halfjaar 2008

Voorbeeld
Gebruikelijk loon 2008: € 50.000, Omzet eerste halfjaar 2008: € 500.000, Omzet eerste halfjaar 2009: € 400.000, Omzet eerste halfjaar 2010: € 300.000.
Gebruikelijk loon 2009 = € 40.000 (50.000 * 400.000/500.000).
Gebruikelijk loon 2010 = € 30.000 (50.000 * 300.000/500.000).

Voor de goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden:

* De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe;
* Als feitelijk meer loon wordt genoten, geldt dat hogere loon;
* Bijzondere oorzaken zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten moeten uit de omzetcijfers worden gefilterd.a

5.2 Het schenken van aandelen wordt in 2010 fiscaal aantrekkelijker en 5.3 Mogelijkheden bij verhuur pand aan de eigen BV

De wetgever introduceert in 2010 een doorschuifregeling bij het schenken van een aanmerkelijk belang. Een persoon heeft een aanmerkelijk belang als hij 5% of meer van de aandelen houdt. De nieuwe doorschuifregeling maakt het voor u mogelijk om aandelen te schenken zonder dat 25% inkomstenbelasting afgerekend moet worden. Deze belastingclaim vormt voor u geen hindernis meer bij een bedrijfsopvolging.

Gelijkschakeling met vererven van aandelen
Er bestond al een doorschuifregeling voor het geval aanmerkelijkbelangaandelen uit een erfenis werden verkregen. Deze regeling wordt iets strenger:

* de belastingclaim van 25% kan alleen worden doorgeschoven als de vennootschap een echte onderneming drijft; de doorschuifregeling is dus niet meer van toepassing bij een vennootschap met alleen beleggingsvermogen;
* bij de belastingdienst moet een verzoek worden ingediend om van de doorschuifregeling gebruik te kunnen maken.

Speciale eisen bij het schenken van aandelen
De belastingclaim van 25% mag bij een schenking van aanmerkelijkbelangaandelen worden doorgeschoven als:

* de vennootschap een echte onderneming drijft;
* de aandeelhouder (en niet zijn holding) de aandelen zelf schenkt; en
* degene die de aandelen geschonken krijgt al 3 jaar bestuurder van de vennootschap is.

Combinatie met de Bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet
Ook in de Successiewet bestaat een regeling voor het fiscaal vriendelijk schenken of laten vererven van aanmerkelijkbelangaandelen. Ook daar moet de vennootschap een echte onderneming drijven. Bij een vennootschap die alleen belegt, kan geen beroep op de regeling worden gedaan. Als de aandelen na de schenking of na het overlijden ten minste 5 jaar worden gehouden door de begiftigde of door de erfgenaam, dan hoeft over 75% van de waarde van de aandelen geen belasting betaald te worden. De vennootschap moet in die 5 jaar wel een actieve onderneming blijven drijven. Waarschijnlijk wordt de Successiewet per 1 januari 2010 vernieuwd. Als dat doorgaat, dan wordt de vrijstelling voor de schenkbelasting of erfbelasting in deze gevallen zelfs verhoogd naar 90%.

Betere mogelijkheden bij bedrijfsopvolging
Door de combinatie van deze maatregelen wordt het voor een DGA gemakkelijker om een aandelenpakket tijdens leven door te schuiven naar zijn opvolger. De staatssecretaris wil op deze manier de fiscale positie van de DGA’s verbeteren.

5.4 Pensioen in eigen beheer

Uitvoering eigen beheer in buitenland
Volgens de voorstellen wordt het voortaan mogelijk om het DGA-pensioen, dat niet onder de Pensioenwet valt, onder te brengen bij lichamen gevestigd in een EU land of in een land dat tot de Europese ruimte behoort. Er worden wel eisen gesteld. Zo moet het betreffende lichaam de verplichting tot het binnenlands ondernemingsvermogen van het vestigingsland rekenen, en moet er een 'redelijke' belastingheffing over de winst plaatsvinden. De belastingdienst gaat scherp controleren op deze aspecten.
Eenzelfde verruiming gaat gelden voor stamrechten (gouden handdruk) die in eigen beheer worden gehouden.

5.5 Octrooibox wordt vervangen door innovatiebox

Om innovatieve activiteiten van bedrijven te stimuleren wordt de huidige octrooibox sterk verruimd. Zo sterk zelfs dat de titel ‘innovatiebox’ meer gepast is.

De huidige octrooibox stimuleert het zelf ontwikkelen van octrooien en (onder voorwaarden ook) immateriële activa. De vennootschapsbelasting over de winsten die daarmee worden behaald, bedraagt maximaal 10%.

De belangrijkste verruimingen zijn:

* Voortaan vallen alle winsten behaald met innovatieve activiteiten onder het lage tarief. In de huidige situatie is het lage tarief alleen mogelijk bij winsten tot € 400.000. Dit maakt de box aantrekkelijk voor software en bedrijfsgeheimen;
* Het tarief voor de vennootschapsbelasting voor innovatieve activiteiten wordt verlaagd van 10% naar 5%; en
* Verliezen op innovatieve activiteiten worden aftrekbaar tegen het normale tarief van 25,5% in plaats van het verlaagde tarief.

6. De werkgever

6.1 Eén loonbegrip: grote gevolgen voor de werkgeverslasten!

Op een standaardloonstrookje kunnen nu vijf verschillende loonbegrippen voorkomen. Op Prinsjesdag 2009 is een wetsvoorstel ingediend waardoor dat straks verleden tijd is. Wel heeft de uniformering van het loonbegrip grote gevolgen voor de werkgeverslasten.

Op een loonstrookje kunnen nu de volgende loonbegrippen voorkomen: brutoloon, loon ZvW, loon SVW, loon loonheffing en nettoloon. Straks (vanaf 1 januari 2011 of 1 januari 2012) is dat alleen nog: brutoloon, uniform loon en nettoloon. Dat ziet er natuurlijk erg overzichtelijk uit. Om dat te bereiken moet wel flink worden geschoven met werkgeverslasten. De wetgever belooft dat op macro-niveau werkgevers voor eventuele lastenverhogingen worden gecompenseerd, maar voor individuele werkgevers kan dat heel anders uitpakken.
De volgende maatregelen worden genomen:

* Het werknemersdeel van de WW-premie wordt afgeschaft;
* De franchise voor het werkgeversdeel van de WW-premie wordt afgeschaft onder verlaging van het tarief met 2,5%;
* De inleg voor de levensloopregeling wordt aftrekbaar voor de werknemersverzekeringen, uitkeringen worden belast;
* De bijtelling privé-gebruik auto wordt premieloon voor de werknemersverzekeringen;
* De verplichte vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZvW wordt vervangen door een werkgeversheffing;
* De grondslag voor de werkgeversheffing ZvW wordt verhoogd tot het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen onder verlaging van het tarief met 0,7%;
* Het teruggavesysteem voor de werkgeversheffing ZvW en werknemersverzekeringen wordt afgeschaft.

Hier volgen enkele voorbeelden van werkgevers waarvoor het wetsvoorstel kostenverhogend kan zijn:

    * Werkgevers met werknemers met een loon boven het maximumpremieloon die deelnemen aan de levensloopregeling;
    * Werkgevers met relatief veel werknemers met lage lonen (tot circa € 16.500);
    * Werkgevers met werknemers die elders een dienstbetrekking hebben: Zij lopen de jaarlijkse teruggave mis.

Werknemers die deelnemen aan de levensloopregeling en die een loon hebben onder het maximumpremieloon moeten rekening houden met een verlaging van de uitkeringsgrondslag.

6.2 Vereenvoudiging vergoedingen

Per 1 januari 2011 wordt het huidige systeem van belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen volledig overhoop gehaald. Er komt een forfait van 1,5% van de totale loonsom. Werkgevers kunnen dit gebruiken om belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen te geven.

Er blijven slechts enkele vrijstellingen bestaan naast het forfait. Dit zijn:

    * Reiskosten (zowel openbaar vervoer als € 0,19 per kilometer);
    * Tijdelijke verblijfkosten (bijvoorbeeld hotel en maaltijden tijdens dienstreis);
    * Cursuskosten en studiekosten;
    * Extraterritoriale kosten (30%-regeling);
    * Verhuiskosten in het kader van bedrijfsverplaatsingen.

Indien het “budget” van 1,5% wordt overschreden moet over het meerdere een heffing worden betaald van 80% (eindheffing).

Voorbeeld 1
Bedrijf X heeft 2 werknemers met een (fiscaal) jaarloon van € 30.000. Werknemer 1 heeft een vaste kostenvergoeding van € 65 per maand (en verder geen vergoedingen of verstrekkingen) Werknemer 2 heeft geen vergoedingen of verstrekkingen. Het “budget” voor kostenvergoedingen voor deze werkgever is € 900 (1,5% van € 60.000). Het totaal van de vergoedingen is € 780. De vergoedingen passen in het budget.

Voorbeeld 2
Bedrijf X geeft beide werknemers een kerstpakket ter waarde van € 75 (incl. BTW). Het totaal van de vergoedingen bedraagt nu € 930 (€ 780 + € 150). Het budget wordt met € 30 overschreden. Bedrijf X moet hierover de werkgeversheffing van 80% betalen: € 24.

Alle bestaande afspraken over (vaste) kostenvergoedingen en verstrekkingen komen te vervallen. Werkgevers hebben tot 1 januari 2011 de tijd om de arbeidsvoorwaarden aan te passen.

6.3 Kleine banen

 De werkgeverslasten voor kleine banen worden verminderd. Van een kleine baan is sprake als een werknemer jonger is dan 23 jaar en het loon lager is dan een voor de leeftijd bepaalde grens.

Ter indicatie: Voor werknemers jonger dan 18 jaar is de grens € 275 per maand. Voor werknemers van 22 jaar is de grens € 600 per maand.

De volgende maatregelen zijn voorgesteld:

* Vrijstelling premieheffing werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage ZvW per 1 januari 2010;
* Loonheffing 0% per 1 januari 2011;
* Minder informatieverplichtingen per 1 januari 2011.

6.4 Verhoging WGA-premie: snelle actie noodzakelijk

Het UWV heeft deze week de nieuwe premies bekend gemaakt. Dit heeft grote gevolgen voor u als u nog geen eigenrisicodrager voor de WGA bent.

Wanneer u zich niet vóór 1 oktober meldt als eigenrisicodrager bij de belastingdienst, is de kans groot dat u volgend jaar met een zeer forse premieverhoging wordt geconfronteerd. Dit geldt in ieder geval als de loonsom van uw bedrijf maximaal € 730.000 is en u nu bij het UWV de minimumpremie betaalt. Die stijgt in 2010 van 0,27% naar 0,59%!

Uiteraard kunnen wij u begeleiden in het traject om eigenrisicodrager te worden en de voor- en nadelen toelichten.

6.5 Afdrachtverminderingen

De afdrachtvermindering onderwijs en de afdrachtvermindering S&O worden uitgebreid.

Afdrachtvermindering onderwijs
In 2010 kan de afdrachtvermindering onderwijs worden toegepast voor verhoging van het opleidingsniveau van de werknemer. De afdrachtvermindering bedraagt € 500 als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    * De opleiding is relevant voor de huidige functie;
    * De opleiding brengt de werknemer op een hoger niveau;
    * De werkgever betaalt tenminste de helft van de kosten.

Afdrachtvermindering S&O
Voor het jaar 2010 wordt de grens van € 150.000 tijdelijk verhoogd tot € 220.000. Hierdoor kan de S&O-inhoudingsplichtige over een groter deel van het S&O-loon het hoge percentage van 50% toepassen.

7. Lijfrenten

7.1 Lijfrenten

Verruiming termijn na expiratie lijfrentepolis
Het bedingen van een uitkering na de expiratiedatum van een lijfrenteverzekering kost soms veel tijd, zeker als er een overlijden speelt. De termijnen waarbinnen dit dient te gebeuren worden flink verlengd:
1. Bij een reguliere expiratie dient de lijfrente uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar volgend op de einddatum te zijn bedongen. De termijn is dan dus minimaal één jaar en maximaal twee jaar.
2. Vindt de expiratie plaats in verband met overlijden, dan komt er nog één jaar extra bij. Er is dan minstens twee jaar en maximaal drie jaar de tijd om een goede uitkering te regelen.

Wordt de termijn overschreden dan vindt heffing ineens plaats over het vrijgekomen kapitaal, naar het tijdstip van overschrijding. Dit zal dus 1 januari van het opvolgende jaar zijn.

7.2 Ook banksparen voor gouden handdrukstamrecht

Thans is het mogelijk de belastingheffing over een ontslaguitkering uit te stellen door bij een verzekeraar of een eigen stamrechtvennootschap een lijfrente aan te kopen. Zoals hiervoor al aangegeven kan deze eigen vennootschap vanaf 2010 ook een buitenlands lichaam zijn. Vanaf 2010 wordt het mogelijk om bij een 'gouden handdruk' voor de bankspaarvariant te kiezen. Voor gewone lijfrenten is dit al langer mogelijk. Voordelen van banksparen zijn: een hoger rendement, lagere kosten en de zekerheid dat het gehele gestorte kapitaal uiteindelijk ten goede komt aan gerechtigde of zijn erfgenamen.

8. De omzetbelasting

8.1 Wijzigingen in vrijstellingen

Vrijstelling jeugdzorg
De btw-vrijstelling voor het verlenen van jeugdzorg wordt verruimd. Naast de niet-winstbeogende instellingen vallen voortaan ook commerciële ondernemers onder de vrijstelling. Daarnaast wordt het verstrekken van spijzen en dranken aan jongeren die in een pleeggezin verblijven ook onder de vrijstelling gebracht.

Vrijstelling beroepsonderwijs
De btw-vrijstelling voor het beroepsonderwijs wordt gewijzigd. Deze wijziging houdt in dat naast het wettelijk erkend beroepsonderwijs ook de niet-wettelijk erkende beroepsopleidingen onder de vrijstelling vallen onder de voorwaarde dat laatstgenoemde beroepsopleidingen worden verleend:

* door instellingen die zijn opgenomen in het nog op te richten “Register Kort Beroepsonderwijs”; of
* door de bekostigde instellingen die zijn genoemd in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs (WHW) of bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).

De keuzemogelijkheid om bepaalde kortlopende beroepsmatige cursussen al dan niet te belasten, zal worden ingetrokken.

8.2 Toepassing van het verlaagde tarief van 6%

Schilder- en stukadoorswerk
De voorwaarden voor het toepassen van het verlaagde tarief van 6% bij het schilderen en stukadoren wordt versoepeld. Voortaan hoeft het huis slechts 2 jaar of ouder te zijn, in plaats van 15 jaar of ouder. Daarnaast is deze regeling niet meer van tijdelijke, maar structurele aard geworden. Deze regeling treedt al per 15 september 2009 in werking en kan dus onmiddellijk worden toegepast. Wij merken hierbij op dat het verlaagde tarief sinds 1 juli 2009 ook van toepassing is voor isolatiewerkzaamheden aan woningen.

Schoonmaakwerk in huis
Schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen vallen voortaan onder het verlaagde tarief, in plaats van het algemene tarief. Schoonmaakwerkzaamheden in relatie tot thuiszorg blijven onder de vrijstelling van huishoudelijke verzorging en worden dus niet belast.

Digitale informatie op fysieke gegevensdragers
Het verlaagde btw tarief zal ook van toepassing zijn op alle andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht, zoals luisterboeken. Daarnaast zal het verlaagde tarief van toepassing zijn op digitale educatieve informatie die is aangebracht op fysieke dragers en die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestemd zijn voor informatieoverdracht in het onderwijs. Educatieve content die wordt gedownload valt niet onder dit verlaagde tarief.

Vervoer per tuktuk, motor- en fietstaxi
Op dit moment geldt het verlaagde tarief alleen als het taxivervoer plaatsvindt per auto. Het vervoer per tuktuk, motor- en fietstaxi wordt gelijkgesteld met het vervoer per gewone taxi, waardoor het verlaagde tarief ook op deze vormen van taxivervoer van toepassing wordt.

8.3 Afschaffing keuzemogelijkheid integratieheffing (Mededeling 26)

Ondernemingen in bepaalde sectoren die vrijgestelde prestaties verrichten (onder andere woningcorporaties, ziekenhuizen, verzorgingshuizen en scholen) hebben per 1 januari 2010 geen keuzemogelijkheid meer om de integratieheffing niet toe te passen. Voor ondernemingen die reeds met een project begonnen zijn waarbij de keuzemogelijkheid een rol heeft gespeeld (met name bij de aankoop van de grond met overdrachtsbelasting in plaats van met btw, in de verwachting dat zij de integratieheffing achterwege zouden kunnen laten), zal nog een overgangsregeling volgen. De inhoud van deze overgangsregeling is nog niet bekend. Wij zullen u op de hoogte houden van ontwikkelingen op dit gebied.

8.4 Beschikking op omzetbelastingaangifte

Voor de negatieve aangiftes omzetbelasting gelden de termijnen die de wet Algemene wet bestuursrecht voorschrijft. Hierdoor moet de Belastingdienst een beschikking in beginsel binnen een redelijke termijn van acht weken afgeven na het indienen van de aangifte. U zult van deze formele wijziging weinig merken, omdat de beschikkingen nu meestal al binnen die termijn wordt uitgereikt.

9. Formeelrechtelijke vereenvoudigingen

9.1 Regels voor voorlopige aanslagen en teruggaven inkomstenbelasting

Het huidig systeem kent twee manieren om een voorlopige aanslag (-teruggave) inkomstenbelasting aan te laten passen: het doorgeven van een wijziging of het maken van bezwaar tegen de voorlopige aanslag. In de fase van het wijzigen van een voorlopige aanslag is over het algemeen sprake van het actualiseren en verbeteren van gegevens, waarvoor het doorgeven van een wijziging het geëigende middel is. Bezwaar is veelal nog niet aan de orde, omdat in deze fase vrijwel nog geen sprake is van een geschil tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst.
In de fase van de voorlopige aanslag en -teruggave streeft het kabinet naar een proces waarin een belastingplichtige op eenvoudige wijze aanpassingen kan laten doorvoeren. Hiertoe kan gebruik gemaakt worden van het daartoe dienende formulier, waarvan ook een elektronische variant bestaat. In de loop van 2010 wordt het ook mogelijk om telefonisch wijzigingen door te voeren.

9.2 Ambtshalve verminderingen aanslagen inkomstenbelasting

Wanneer nu een verzoek om ambtshalve vermindering geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, kan daartegen geen bezwaar worden gemaakt. Het kabinet heeft voorgesteld dat in dergelijke gevallen een geheel of gedeeltelijke afwijzing bij een voor bezwaar vatbare beschikking gebeurt. Dit past dan in de lijn die in 2009 is ingezet voor het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een verzoek om ambtshalve vermindering van het verzamelinkomen.

9.3 Startdatum heffingsrente inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

Onder de huidige wetgeving wordt heffingsrente over aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting berekend vanaf de dag volgend op het midden van het tijdvak waarop de aanslag betrekking heeft, veelal is dit 1 juli van het lopende belastingjaar. dit heeft voor veel inconsistenties geleid, onder andere door verschillen in behandeling tussen een ambtshalve vermindering en een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag. Om hier een einde aan te maken keert het kabinet terug naar oude regelgeving, namelijk dat de rente weer wordt berekend vanaf de eerste dag na het einde van het belastingjaar.

Bron: Berk Bericht