|
Het Belastingplan 2010, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2010 en de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 bevatten tal van nieuwe en gewijzigde fiscale regels. In deze bijdrage staat alle regelgeving op het terrein van de inkomstenbelasting overzichtelijk bij elkaar. Tenzij anders aangegeven is de inwerkingstredingsdatum 1 januari 2010. Tarief inkomstenbelasting 2010 Box 1 Bel. inkomen uit werk en woning Tarief 2010 Belasting/Premie VV 1e schijf € 18.218 33,45 % (65+: 15,55%) € 6093 € 2e schijf € 14.520 41,95 % (65+: 24,05%) € 6090 € 12.183 3e schijf € 21.629 42% € 9084 € 21.267 4e schijf meerdere 52% € € Heffingskortingen · De algemene heffingskorting wordt € 1987 (2009: € 2007). Voor 65+: € 924 (2009: € 935). · De arbeidskorting wordt maximaal € 1496 (2009: € 1468). · Samenloop tussen de levensloopverlof en de doorwerkbonus wordt voorkomen door aanpassing van de levensloopregeling. · De aanvullende combinatiekorting wordt € 775 (2009: € 770). · De inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting wordt € 1084 (2009: € 995). · De alleenstaande-ouderkorting wordt € 945 (2009: € 902). · De ouderenkorting wordt € 684 (2009: € 661). · De alleenstaande ouderenkorting wordt € 418 (2009: € 410). Vereenvoudiging heffingskortingen Het kabinet wil de huidige doorwerkbonus en de verhoogde arbeidskorting voor ouderen samenvoegen in de (nieuwe) doorwerkbonus. De doorwerkbonus die de arbeidsparticipatie van ouderen beoogt te stimuleren, komt dan als aparte heffingskorting te vervallen maar blijft geintegreerd in de arbeidskorting bestaan. De totale heffingskorting die dan ontstaat, zal weer doorwerkbonus gaan heten. Beoogde ingangsdatum is 1 januari 2011.
Verder stelt het kabinet voor om één begrip te hanteren als grondslag voor de berekening van diverse arbeidsgerelateerde heffingskortingen, namelijk het arbeidsinkomen. Nu wordt bij die heffingskortingen de grondslag op diverse plekken in de wet helemaal uitgeschreven waardoor onduidelijkheid kan ontstaan. Ook stelt het kabinet voor om de alleenstaande-ouderkorting en de aanvullende alleenstaande-ouderkorting te integreren. Winst · De in 2009 geldende regeling voor willekeurige afschrijving wordt verlengd met een jaar. Ook investeringen gedaan in 2010 kunnen in 2 jaar worden afgeschreven (2010 en 2011). · De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wordt verruimd. Het maximum wordt € 15.120. · De budgetten van de energie-investeringsaftrek en milieu-investeringsaftrek worden verhoogd. · De mkb-winstvrijstelling wordt verhoogd naar 12%. Het urencriterium vervalt. · De zelfstandigenaftrek wordt geindexeerd en voortaan alleen verrekend met winstinkomen en niet meer met eventueel ander inkomen. Er geldt voor de niet verrekende zelfstandigenaftrek een voorwaartse verrekeningstermijn van 9 jaar. Starters mogen wel gedurende 3 jaar verrekenen met ander inkomen. · Voor elektrische auto’s (nulemissieauto’s) geldt in 2010 en 2011 geen bijtelling. De 3 jaren daarna bedraagt de bijtelling 7%. · De willekeurige afschrijving blijft gelden voor zeer zuinige personenauto’s. · Zeer zuinige auto’s waaronder elektrische auto’s worden aangemerkt als bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de kleinschaligheidstoeslag. Eigen woning De hypotheekrenteaftrek herleeft tot maximaal 2 jaren voor een eigen woning die wordt verhuurd en waarvan de verhuurperiode voorbij is. Deze maatregel geldt voor 2010 en 2011. De maatregel geldt ook als de woning in 2008 of 2009 is verhuurd. Vereenvoudiging van bijleenregeling eigen woning Het kabinet neemt drie maatregelen: 1. uitbreiding van de renteafaftrek over meegefinancierde kosten ter verkrijging van de hypotheek; 2. het afschaffen van de goedkoperwonenregeling; en 3. het verkorten van de verjaringstermijn eigenwoningreserve van 5 jaar naar 3 jaar.
Voor wat betreft de eerstgenoemde maatregel stelt het kabinet voor om de aftrekbaarheid van rente over meegefinancierde kosten ter verkrijging van de hypotheek voor starters en doorstromers gelijk te trekken. Nu hebben starters die aftrek wel en doorstromers niet. Banksparen Banksparen wordt uitgebreid met een variant voor stamrechten (ontslagvergoedingen) en voor uitvaartproducten. Box 3 · Verplichtingen die kunnen leiden tot uitgaven die worden aangemerkt als persoonsgebonden aftrekpost, komen niet als schuld in box 3 in aanmerking. Deze reparatie naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad treedt in werking met ingang van 30 december 2009. · Schulden en vorderingen inzake in te voeren erfbelasting worden in box 3 opgenomen. Er geldt een uitzondering voor aanslagen waarbij een verkrijging inzake de Natuurschoonwet 1928 is opgenomen. Vereenvoudiging box 3 Het kabinet wil vier wijzigingen doorvoeren: 1. de invoering van één peildatum in box 3 per 2011, nl. de begindatum van 1 januari van het kalenderjaar; 2. de toerekening van de grondslag in box 3 tussen partners; 3. waardering op basis van de WOZ-waarde van de woningen in box 3 in plaats van de waarde in het economisch verkeer; en 4. de invoering van een vrijstelling voor contant geld en vergelijkbare vermogensrechten.
Voor wat betreft de toerekening van vermogensbestanddelen aan de partners stelt het kabinet voor om de verdeling voortaan alleen mogelijk te maken voor de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen. Een onderlinge verdeling per vermogensbestanddeel zal dan niet meer mogelijk zijn. Bij de vrijstelling van contant geld en vergelijkbare vermogensbestanddelen denkt het kabinet aan een bedrag van € 500 per belastingplichtige. Terbeschikkingstellingsregeling · Als een ter beschikking gestelde onroerende zaak in 2010 wordt ingebracht in de vennootschap, kan dit zonder de heffing van inkomstenbelasting (doorschuifregeling) en overdrachtsbelasting (inbrengvrijstelling). · Er wordt een terbeschikkingstellingsvrijstelling ingevoerd van 12%, vergelijkbaar met de mkb-winstvrijstelling. · De terbeschikkingsteller krijgt recht op toepassing van de herinvesteringsreserve en de kostenegalisatiereserve. · De vermogenstoets van de betalingsfaciliteit voor de terbeschikkingstellingsregeling vervalt. Aanmerkelijk belang · Er komt een doorschuifregeling voor het schenken van aanmerkelijkbelangaandelen. Voorwaarde is dat de vennootschap een materiële onderneming drijft. Over een eventueel beleggingsgedeelte vindt afrekening plaats. · De voorwaarde dat de vennootschap een materiële onderneming drijft, gaat ook gelden voor de doorschuifregeling bij vererven van aanmerkelijkbelangaandelen. Er komt een overgangsmaatregel voor bestaande situaties met houdstermaatschappijen waarvan in het kader van een bedrijfsopvolging de werkmaatschappij is overgedragen tegen schuldigerkenning. · Bij vererving van een aanmerkelijk belang zal ter zake van het beleggingsvermogen moeten worden afgerekend. Er geldt een tegemoetkoming als binnen 24 maanden na het overlijden het beleggingsvermogen wordt uitgekeerd als dividend. Dit wordt op verzoek niet als regulier voordeel belast, mits het wordt afgeboekt op de verkrijgingsprijs. · De betalingsregeling voor de belasting over aanmerkelijkbelangaandelen die worden overgedragen tegen schuldigerkenning, wordt verruimd. Het hoeft niet langer te gaan om overdracht binnen de familiekring. · Er komt een uitstel van betalingsregeling voor het regulier voordeel dat een aanmerkelijkbelanghouder geniet als zijn houdstervennootschap de aandelen voor een lagere prijs dan de waarde in het economische verkeer overdraagt. Vereenvoudiging van lijfrenten en pensioenen In de Fiscale vereenvoudigingswet komen de volgende vier onderwerpen aan bod: 1. de terugwentelingsmogelijkheid; 2. de redelijke termijn; 3. de splitsingsproblematiek pré-brede-herwaarderingslijfrenten; en 4. een delegatiebepaling inzake conserverende aanslag lijfrente- en pensioenaanspraken.
Ad. 1) Met betrekking tot de terugwentelingsmogelijkheid van drie maanden van het volgende kalenderjaar stelt het kabinet voor om die terugwentelingsmogelijkheid te laten vervallen.
Ad. 2) Voor wat betreft de redelijke termijn is in het wetsvoorstel een wettelijke termijn voor de bepaling van de omvang van de rentetermijnen opgenomen. Deze termijn is ruimer dan de termijn die op dit moment in de beleidssfeer geldt. Naast de wettelijke periode waarbinnen de termijnen voor de lijfrente moeten worden vastgesteld, wordt het heffingstijdstip bij overschrijding van deze periode verlegd naar het tijdstip van overschrijden van die termijn.
Ad. 3) Met betrekking tot de splitsingsproblematiek bij pré-brede-herwaarderingslijfrenten heeft het kabinet besloten dat hetzelfde regime geldt voor de zogenoemde pré-brede-herwaarderingslijfrenten waarop na 2000 nog premies zijn betaald. Deze pré-brede-herwaarderingslijfrenten worden voortaan integraal in box 1 in aanmerking genomen ongeacht de hoogte van de premiebetalingen die vanaf 2001 zijn gedaan. Belastingaanslag en heffingsrente inkomstenbelasting Bijzondere regels voor voorlopige aanslagen IB Het kabinet wil in het voorlopige-aanslagenproces duidelijker dan nu een onderscheid te maken tussen de fase waarin louter sprake is van het verzamelen en actualiseren van gegevens en de fase waarin sprake is van een geschil tussen belastingplichtige en de Belastingdienst. In de eerstgenoemde fase past een proces waarbij de belastingplichtige op een eenvoudige en snelle manier zijn gegevens kan laten aanpassen zonder onnodige formaliteiten, zoals het officieel bezwaar moeten maken om een wijziging door te geven en het risico van niet-ontvankelijkheid.
Zo zal het bijvoorbeeld in de loop van 2010 voor de belastingplichtige mogelijk worden om telefonisch zijn wijzigingen door te geven. Ambtshalve vermindering aanslagen IB met rechtsbescherming Het kabinet stelt voor dat als een verzoek om ambtshalve vermindering van de belastingaanslag inkomstenbelasting geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, dit - net als bij het verzamelinkomen - gebeurt bij voor bezwaar vatbare beschikking. De rechtsbescherming is dan gelijk aan de per 2009 geintroduceerde rechtsbescherming bij gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om ambtshalve vermindering van het verzamelinkomen. Heffingsrente, revisierente, betalingskorting en verzamelinkomen onderdeel van belastingaanslag Ter vereenvoudiging van het aanslagbiljet en ter verbetering van de rechtsbescherming van de belastingplichtige stelt het kabinet voor te bepalen dat de heffingsrente, de revisierente, de betalingskorting en het verzamelinkomen die op het aanslagbiljet worden vermeld, voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep geacht worden onderdeel uit te maken van de belastingaanslag. Startdatum heffingsrente voor IB Het kabinet wil terugkeren naar het voor 1 januari 2005 geldende systeem waarbij rente werd berekend vanaf de eerste dag na het einde van het belastingjaar. Overige maatregelen · Dieetkostenaftrek wordt ook mogelijk als de dieetverklaring is afgegeven door een dietist. · Schuldig gebleven giften zijn niet meer aftrekbaar op het moment dat deze rentedragend worden. Ook giftenaftrek voor een schenking 'ter zake des doods' is niet meer mogelijk. · Voor migranten (partners) wordt in het jaar van aankomst en vertrek weer toerekening van inkomen mogelijk voor de periode van binnenlandse belastingplicht. · Aanpassing tonnageregeling aan de eisen van de Europese commissie. Bron: Redactie Plein+, René van Beurden
|