|
Per 1 januari 2010 wordt de regelgeving omtrent de plaats van dienst aangepast. De regels zullen in fases worden ingevoerd. De belangrijkste aanpassingen vinden plaats op 1 januari 2010. Naast de nieuwe regels voor de plaats van dienst wordt ook het listen per maand van intracommunautaire leveringen en het listen van diensten ingevoerd. Tevens wordt de teruggaafprocedure van buitenlandse btw aangepast.
1. Huidige regeling In het huidige artikel 6, Wet OB, staan de regels genoemd omtrent de plaats van dienst. In lid 1 is de hoofdregel opgenomen: de plaats van dienst is daar waar de ondernemer die de dienst heeft verricht woont of is gevestigd dan wel een vaste inrichting heeft van waaruit hij de dienst verricht. De heffing van btw vindt kort gezegd plaats in het land waar de dienstverrichter gevestigd is. Vervolgens worden in lid 2 een aantal uitzonderingen genoemd op deze hoofdregel.
2. Nieuwe regeling In de nieuwe regeling wordt een onderscheid gemaakt in de dienstverlening tussen belastingplichtigen (B2B, business to business) en de dienstverlening aan niet-belastingplichtigen (B2C, business to consumer). Voor zowel de B2B-diensten als de B2C-diensten zal een afzonderlijke hoofdregel gaan gelden in de nieuwe regeling. Op elke hoofdregel bestaan een aantal uitzonderingen.
2.1. B2B-diensten De nieuwe hoofdregel voor B2B-diensten is: heffing van btw in het land waar de afnemer zijn zetel heeft, een vaste inrichting heeft of zijn woonplaats of gebruikelijk verblijfplaats heeft. Daarbij geldt dat de afnemer bij een B2B-dienst: - een ondernemer voor de btw moet zijn (die mogelijk ook niet belastbare feiten verricht), of; - een rechtspersoon met een btw-identificatienummer moet zijn.
Voorbeeld Managementdiensten: naar het huidige recht zijn deze diensten volgens de hoofdregel van artikel 6, lid 1, Wet OB belast in het land waar de dienstverrichter woont of is gevestigd. Per 1 januari 2010 zullen deze diensten belast zijn in het land waar de afnemer is gevestigd.
Bekijk hier een schematische weergave van de regelgeving met betrekking tot B2B-diensten.
2.2. B2C-diensten De nieuwe hoofdregel voor B2C-diensten blijft gelijk aan de oude hoofdregel: de heffing van btw vindt plaats in het land waar de dienstverrichter is gevestigd dan wel een vaste inrichting heeft van waaruit hij de dienst verricht.
De buiten Nederland gevestigde afnemer bij een B2C-dienst is een andere dan ondernemer, bijvoorbeeld een privé-persoon / natuurlijk persoon of een overheidsinstelling zonder btw-identificatienummer.
Bekijk hier een schematisch overzicht van de regelgeving met betrekking tot de B2C-diensten. De uitzonderingen zijn grotendeels gebaseerd op de bestaande uitzonderingsbepalingen.
3. Wijzigingen na 2010 Per 1 januari 2011, 1 januari 2013 en 1 januari 2015 zullen er nog een aantal wijzigingen plaatsvinden. Deze wijzigingen hebben met name betrekking op het verlenen van toegang tot culturele, sportieve en wetenschappelijke evenementen, het verrichten van diensten voor en het organiseren van dergelijke evenementen, de verhuur van vervoersmiddelen en plezierboten, telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten. Hierover zullen wij u te zijner tijd informeren.
4. Listen per maand en het listen van diensten Listen is het op elektronische wijze indienen van een daartoe voorgeschreven formulier met een lijst waarop de gegevens moeten worden vermeld van de in andere EU lidstaten gevestigde afnemers aan wie een intracommunautaire/grensoverschrijdende prestatie is verricht. Tot op heden geldt het verplicht listen alleen voor intracommunautaire leveringen.
4.1. Listen van diensten De B2B-belastingplichtigen dienen periodiek bij de Belastingdienst middels een lijst aan te geven welke grensoverschrijdende dienstverrichtingen zij hebben verricht aan afnemers binnen de EU waarvan de heffing is verlegd naar de afnemer. Deze verplichting geldt niet als de dienst in de lidstaat van de afnemer is vrijgesteld.
De volgende gegevens zullen onder andere op deze lijst moeten komen te staan; - het btw-nummer van de dienstverlener; - het btw-nummer van de afnemer in het andere EU-land; - voor elke afnemer het totale bedrag van de door de dienstverlener verrichte diensten.
4.2. Listen per maand Het listen van zowel grensoverschrijdende dienstverrichtingen als intracommunautaire leveringen geschiedt vanaf 1 januari 2010 in beginsel per maand. Hierop zijn echter een tweetal uitzonderingen:
1. Het tijdvak kan worden gesteld op een kwartaal als het totaalbedrag van de intracommunautaire leveringen niet in het desbetreffende kwartaal of in één van de vier voorafgaande kalenderkwartalen hoger is dan € 100.000. Deze regeling is niet meer van toepassing vanaf het einde van de maand waarin het bedrag wordt overschreden. In dat geval moet over deze maand en over de voorgaande maand(en) binnen het betreffende kwartaal binnen 1 maand alsnog een lijst worden ingediend. 2. De ondernemer kan ervoor kiezen om diensten per kwartaal te listen.
5. Teruggaafprocedure buitenlandse btw voor EU ondernemers Teruggaafverzoeken dienen vanaf 1 januari 2010 elektronisch te worden ingediend via een standaard formulier bij de belastingdienst van de lidstaat waar de ondernemer, die de buitenlandse btw terugvraagt, is gevestigd. Een in Nederland gevestigde ondernemer dient dus bij de Nederlandse Belastingdienst een verzoek om teruggaaf van buitenlandse btw in. Indien de ondernemer van verschillende EU lidstaten de btw wilt terugvragen, dient hij voor elke EU lidstaat een apart verzoek in.
De verzoeken om teruggaaf dienen voor 1 oktober van het jaar volgend op het jaar waarop het verzoek betrekking heeft te worden ingediend. In de huidige regels is dit nog voor 1 juli.
De lidstaat waar de ondernemer is gevestigd, checkt of het verzoek wordt gedaan door een ondernemer die recht heeft op aftrek van voorbelasting. Indien dit het geval is, stuurt zij het verzoek door naar de betreffende lidstaat die over het verzoek om teruggaaf van de buitenlandse btw moet beslissen. De verklaring omtrent de hoedanigheid van de ondernemer en de originele facturen worden niet meer meegezonden.
De lidstaat die over het verzoek om teruggaaf beslist, laat elektronisch aan de ondernemer weten op welke datum het verzoek om teruggaaf is ontvangen.
Binnen 4 maanden na ontvangst van het verzoek dient de lidstaat die over het verzoek om teruggaaf beslist aan de ondernemer te laten weten of: - het verzoek wordt toegewezen; - het verzoek wordt afgewezen; - er aanvullende vragen zijn.
De beslistermijn mag worden verlengd tot maximaal 8 maanden. Uitbetaling van het teruggaafverzoek vindt plaats binnen uiterlijk 10 werkdagen na het verstrijken van de termijn van 4 maanden dan wel de termijn van 8 maanden. Indien te laat wordt betaald, dient de lidstaat die over het verzoek om teruggaaf beslist rente te vergoeden.
6. Resumé Zoals u ziet zullen de nieuwe regels zorgen voor een groot aantal veranderingen. Indien u nadere vragen heeft, neemt u dan contact op met één van onze btw adviseurs. Zij helpen u graag verder.
Het voorgaande is gebaseerd op onze interpretatie van de vakliteratuur en conceptregelgeving op dit moment. De nieuwe regelgeving is nog niet definitief aangenomen en kan dus nog aan veranderingen onderhevig zijn.
Bron: Berk Bericht
|