Home Nieuws Salarissen Juni 2011: Werkgever en werknemer moeten alert zijn op nieuwe verlofregeling
Juni 2011: Werkgever en werknemer moeten alert zijn op nieuwe verlofregeling PDF Afdrukken E-mail

 

Met ingang van 1 januari 2012 wijzigt de regelgeving over het opbouwen van vakantiedagen. Dit heeft grote impact voor werkgevers die langdurig zieke werknemers in dienst hebben. Ook zullen verlofregistratiesystemen moeten worden aangepast. Werknemers krijgen vanaf 1 januari a.s. korter de tijd om hun opgebouwde vakantiedagen op te nemen.

De Eerste Kamer stemde vorige week in met het wetsvoorstel van Minister Kamp om de regelingen voor vakantie en verlof aan te passen. Hierdoor krijgen zieke werknemers recht op hetzelfde wettelijk minimumaantal vakantiedagen als gezonde werknemers. Bovendien worden werknemers verplicht om de wettelijke vakantiedagen binnen zes maanden na het jaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd (opbouwjaar) op te nemen. Het kabinet wil daarmee stimuleren dat werknemers regelmatig vakantie genieten en niet jarenlang dagen opsparen.

Huidige wetgeving opbouw vakantierechten bij ziekte

Iedere werknemer bouwt nu op basis van de wet per gewerkt jaar ten minste twintig vakantiedagen op, uitgaande van een fulltime dienstverband. De minimum vakantieaanspraak van parttimers dient pro rata te worden vastgesteld. Er is een uitzondering in de wet voor langdurig zieke werknemers. Artikel 7:635 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een zieke werknemer slechts vakantiedagen opbouwt over het tijdvak van de laatste zes maanden waarin wegens ziekte geen arbeid werd verricht. Een werknemer die vanwege ziekte zijn werkzaamheden maar gedeeltelijk kan uitvoeren, bouwt vakantiedagen op over de gewerkte uren, en niet over de uren waarop hij wegens zijn ziekte niet heeft kunnen werken. Als gevolg daarvan bouwt een gezonde werknemer doorgaans dus meer vakantiedagen op dan een werknemer die langdurig ziek is.

Schultz-arrest

In een Europese richtlijn is vastgelegd dat lidstaten verplicht zijn om de nodige maatregelen te treffen om alle werknemers jaarlijks een vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken (omgerekend 20 vakantiedagen) toe te kennen. Naar aanleiding van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie is in onder meer in het Schultz-arrest van 20 januari 2009 uitgemaakt dat het lidstaten volgens de Europese richtlijn niet is toegestaan om bij de vakantieopbouw onderscheid te maken tussen zieke en gezonde werknemers. Als gevolg daarvan blijkt artikel 7:635 lid 4 BW niet meer van deze tijd te zijn. Bemoeienis van de wetgever was dan ook noodzakelijk.

Wetswijziging per 1 januari 2012

De wetswijziging ziet op het afschaffen van de beperkte opbouw van minimum vakantierechten tijdens ziekte, de invoering van een vervaltermijn voor de minimum vakantiedagen en de aanpassing van enige andere artikelen in de regeling voor vakantie en verlof in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Met ingang van 1 januari 2012 wordt de wetswijziging ingevoerd. Vanaf dat moment bouwt iedere werknemer, ongeacht zijn gezondheidstoestand, de wettelijke vakantiedagen op. Wel zal een zieke werknemer die tijdelijk wil worden vrijgesteld van zijn reïntegratieverplichtingen hiervoor gewoon vakantiedagen moeten op nemen. Net als de gezonde werknemer die tijdelijk wil worden vrijgesteld van zijn arbeidsverplichtingen. Voor arbeidsongeschikte werknemers die slechts gedeeltelijk hun eigen werk (de bedongen arbeid) kunnen verrichten, zullen bij het opnemen van de minimumvakantie de vakantiedagen voor de gehele arbeidsduur (en dus niet alleen de uren dat er daadwerkelijk arbeid wordt verricht) in mindering mogen worden gebracht op de wettelijke vakantieaanspraken.

Opnametermijn

De wet wijzigt ook de maximale termijn waarbinnen wettelijke vakantiedagen moeten worden opgenomen. Deze moeten binnen zes maanden na het opbouwjaar worden genoten en komen daarna te vervallen. Alleen ten aanzien van wettelijke vakantieaanspraken die zijn opgebouwd vóór invoering van de wetswijziging blijft de huidige verjaringstermijn van vijf jaar gelden. De maximale termijn om wettelijke vakantiedagen op te nemen geldt niet voor werknemers die om medische redenen of bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet in staat zijn geweest vakantie op te nemen. Deze wijzigingen gelden enkel voor de wettelijke vakantiedagen. De vakantiedagen die de werkgever aan een werknemer toekent bovenop dit wettelijk minimum, vallen buiten deze nieuwe regeling.

Uitwerking voor de praktijk

De wetswijziging heeft onder meer grote impact voor werkgevers die een langdurig zieke werknemer in dienst hebben. Een werkgever die na twee jaar ziekte het dienstverband met zijn werknemer wil beëindigen, moet er rekening mee houden dat er bij de afrekening van het dienstverband mogelijk nog een reeks aan vakantiedagen moet worden uitbetaald. Werkgevers moeten daarom het opnemen van vakantiedagen tijdens ziekte stimuleren. Ook zullen de verlofregistratiesystemen zodanig moeten worden aangepast dat daarin onderscheid wordt gemaakt tussen het opnemen van wettelijke vakantiedagen en bovenwettelijke vakantiedagen, gezien de verschillende vervaltermijnen. Tot slot is het voor werkgevers belangrijk om er op toe te zien dat de huidige arbeidsvoorwaardenregeling met de nieuwe wetgeving in lijn wordt gebracht.

Bron: Accountancynieuws nr. 11 [Marjolein Olthof, advocaat arbeidsrecht bij Pellicaan Advocaten N.V. te Utrecht.]