Home Nieuws Salarissen November 2010: Uitleg Weekers over fiets in werkkostenregeling
November 2010: Uitleg Weekers over fiets in werkkostenregeling PDF Afdrukken E-mail


De vrijstelling voor het gebruik van de fiets voor zakelijke reizen (waaronder woon-werkverkeer) van 0,19 euro per afgelegde kilometer blijft als afzonderlijke vrijstelling onder de werkkostenregeling in stand. Dit schrijft staatssecretaris van Financiën Weekers in een brief van 12 november 2010 over de fiscale fietsfaciliteiten.

De huidige fietsregeling (aanschaf) vervalt onder de werkkostenregeling. Daarvoor in de plaats kan de werkgever zonder nadere normeringen en beperkingen een fiets vergoeden of verstrekken binnen de forfaitaire ruimte van 1,4 procent van de loonsom. Er worden geen nadere eisen gesteld aan de fiets. Het mag ook een elektrische fiets of elektrische scooter zijn. Daarnaast kan een werkgever zelf bijvoorbeeld de frequentie van verstrekken, de hoogte van de aanschaf, het type fiets, of de aard van het gebruik bepalen. Voortzetten van de vergoedingsregeling zoals de werkgever die nu toepast kan uiteraard ook. Wel kunnen de fiscale gevolgen gewijzigd zijn.

Rentevoordeel
Binnen de werkkostenregeling is het rentevoordeel van een personeelslening voor de aanschaf van een fiets, een elektrische fiets, of een elektrische scooter onder bepaalde voorwaarden onbelast. Dit is het geval als de werknemer op meer dan de helft van de dagen dit vervoermiddel geheel of gedeeltelijk gebruikt voor woon-werkverkeer.
­
Er is sprake van een uitbreiding ten opzichte van de huidige vrijstelling van het rentevoordeel van leningen voor een fiets. De lening mag immers ook worden aangegaan voor aanschaf van een elektrische fiets of een elektrische scooter.

Voorbeeld 1. Aanschaf
De werkgever vergoedt een (elektrische) fiets van 1500 euro. De kosten van de fiets brengt de werkgever ten laste van zijn forfaitaire ruimte, waardoor de werknemer geen bijdrage voor de aanschaf van de fiets hoeft te doen. Bij toepassing van een cafetariaregeling kan 1500 euro van het brutoloon van de werknemer worden omgezet in een vergoeding van 1500 euro voor de aanschaf van een fiets. De aanschafkosten komen dan ten laste van de forfaitaire ruimte. Als de forfaitaire ruimte voor vergoedingen en verstrekkingen niet wordt overschreden, vindt in beide situaties geen belastingheffing plaats.

Voorbeeld 2. Combinatie van aanschaf en gebruik
De werknemer koopt een fiets met een lening van de werkgever. De werkgever verstrekt een kilometervergoeding van 0,15 euro per kilometer voor woon-werkverkeer. De woon-werkafstand bedraagt 4 kilometer, zodat de maandelijkse vaste vergoeding 21,40 euro bedraagt. De lening wordt afgelost door de maandelijkse vaste vergoeding in te zetten voor aflossing van de lening. In deze variant gaat de aanschaf niet ten koste van de forfaitaire ruimte (immers betaald met een vrijgestelde vergoeding). Ook hier geldt dat een hogere aflossing met de kilometervergoeding mogelijk is naarmate de afgelegde woon-werkafstand groter is.
­
De motie Aptroot ziet op een soortgelijke regeling als genoemd in voorbeeld 2. Verschil is dat de regeling uit deze motie zou moeten worden geplaatst naast de mogelijkheden die de werkkostenregeling al biedt. Ten opzichte van het regime van vrije vergoedingen en verstrekkingen is al sprake van een versoepeling: het mag ook een elektrische fiets of elektrische scooter zijn, en er geldt geen maximum aanschafprijs.

Leasefiets onder de werkkostenregeling
Hoe zit het met de (elektrische) leasefietsen in de werkkostenregeling? De staatssecretaris heeft op 4 november deze vraag van Tweede Kamerleden beantwoord.
­
Bij lease blijft de eigendom bij de werkgever. Het voordeel van het privégebruik vormt loon voor de werknemer, en wel tegen de waarde in het economische verkeer. De werkgever kan dit privévoordeel buiten het loon van de werknemer houden door het aan te merken als eindheffingsbestanddeel en ten laste van de forfaitaire ruimte brengen. In combinatie met cafetariamogelijkheden kan de werkgever het beslag op de forfaitaire ruimte vermijden.

Bron: Kluwer Salarisadministratie